Iets voor jou?

Waarom wel of niet (grote) Wyandottes aanschaffen?

De Wyandotte trok na haar creatie in 1873, in de VS, meteen al meer dan gewone belangstelling in ons land. Dat kwam door:

a.       haar eigenschappen als nuthoen, te weten haar legkracht en braadbout,

b.       eigenschappen die sportfokkers aanspreken: haar fraaie ronde vormen, mooie gebogen lijnen, open staart in de vorm van een omgekeerde V en haar eerste kleurslag: zilver zwartgezoomd, een kleurslag waarop van lieverlee nog een grote variëteit aan kleurslagen is gevolgd.

De Nederlandse Wyandotte Club telt niet voor niets nog steeds het grootste aantal leden van alle speciaalclubs in de hoenderwereld: ruim 400. Als zoveel fokkers in een ras zijn geïnteresseerd, dan kan er eigenlijk nauwelijks twijfel over bestaan dat de Wyandotte tot de fraaiste hoenderrassen behoort. Ook is dan niet verwonderlijk dat er zoveel lyrische verhalen de ronde doen over haar eigenschappen.

Wel wordt in veel beschrijvingen in de hoenderliteratuur lichtelijk overdreven. Daardoor komen geïnteresseerde hobbyhouders soms met wel erg hooggespannen verwachtingen aan de deur van de sportfokker voor een paar ‘wonderexemplaren’ van dit ras.

Daarom zetten we hier de tien meest geprezen eigenschappen van dit ras eens af tegen mijn twaalfjarige ervaring als fokker van (inmiddels) ruim tien kleurslagen grote Wyandottes. Enige relativering kan hopelijk teleurstellingen voorkomen.

1. ‘Vaak en betrouwbaar broeds’

Dat geldt voor de dwerg- of krielvariant, maar niet per se voor de grote. Er zijn kleurslagen en stammen waarin broedsheid weinig voorkomt. Sportfokkers gebruiken altijd de broedmachine. Als een hen al broeds wordt, dan is dat doorgaans ook pas tegen de zomer, en dan groeien de kuikens met het korten van de dagen niet volledig meer uit tot het gewenste formaat. ‘Broedlust is nog aanwezig, deze is echter niet hardnekkig’, is een van de betere kwalificaties waar ik op stuitte. ‘Niet hardnekkig’ houdt ook in: niet per se betrouwbaar.  Misschien toch maar een kleine broedmachine op marktplaats zoeken?

2. ‘Vroegrijp’

Wanneer gaan de hennen leggen? Dat hangt sterk van de omstandigheden af. Krijgen ze voldoende licht (veertien tot zestien uur per etmaal)? Blijft de huisvesting constant? Krijgen ze goed legvoer? Als de antwoorden op deze vragen positief zijn, dan zullen ze ergens tussen de 20 en 34 weken oud gaan leggen. Dat hangt onder meer van de kleurslag af. Witten leggen bij mij soms al rond de 20 weken, columbia’s doorgaans met 24 tot 26 weken en zilver zwartgezoomden vaak pas met 32 tot 34 weken. Maar ik ken ook een fokker die niet bijlicht en waar de zwarte en blauwe Wyandottes pas na 40 weken leggen.

3. ‘Geen vliegers’

De Wyandotte is een middelzwaar ras. Een afrastering van 1 meter 20 voldoet meestal wel. Ook hier zijn er echter uitzonderingen: jonge dieren zijn lichter en willen wel eens wat beter van de grond komen, en bij kabaal en onderling gekrakeel blijken ook de zwaardere exemplaren toch over het nodige vliegvermogen te beschikken. Maar geen nood: meestal zoeken ze uit eigen beweging ook wel weer het vertrouwde terrein op.

4. ‘Gezellig en vertrouwelijk’

Wat heet ‘gezellig en vertrouwelijk’? Er zijn ontegenzeggelijk rassen waar van nature meer felheid en agressie inzit dan bij de Wyandotte. Maar ook onder de Wyandottes tref je wel eens een wat agressievere haan aan. Die kan weliswaar voor een betere bevruchting zorgen, maar wordt bij voorkeur toch buiten de foktoom gehouden (en is altijd nog  goed voor de kwalificatie ‘braadbout’, zie punt 9). Ook is er enig verschil in de mate van activiteit tussen de verschillende kleurslagen. Zo zijn er hennen die graag en actief het eigen kostje bij elkaar scharrelen (bijvoorbeeld columbia’s ), maar ook hennen die daar minder toe geneigd zijn en liever gewoon het zakvoer eten (bijvoorbeeld zilver zwartgezoomden).

5. ‘Handtam’

De Wyandotte zou door haar zachtaardige karakter ook uitermate geschikt zijn voor ouderen en kinderen. Afgezien van de al gemaakte kanttekeningen onder 3 en 4, klopt dat wel. Ze zijn inderdaad van nature niet schuw, maar veel hangt af van de manier waarop je er mee omgaat. Doe je dat rustig, dan zijn zij ook rustig. Bij regelmatig verblijf tussen de dieren zullen ze sneller handtam worden, en laten ze zich gemakkelijker grijpen.

6. ‘Uitstekende legkracht’

Wat betreft de legproductie worden aantallen genoemd van 80 tot 245 per jaar. Zelf heb ik nooit tellingen bijgehouden. De factoren genoemd onder 2 zijn ook hier van belang. De witte Wyandotte is vanouds het meest gebruikt als legkip, wellicht zit in sommige witte stammen dus nog iets van de oude legkracht, alhoewel veel sportfokkers daar niet in de eerste plaats meer op selecteren.

7. ‘Sterk en vitaal’

Klopt. Ze passen zich aan allerlei omstandigheden aan en zijn winterhard. Door de dichte en donsrijke bevedering kunnen ze kou goed verdragen. Hun rozekam is beter tegen de vorst bestand dan de enkele kammen waar de meeste andere rassen mee getooid gaan. De vitaliteit is uiteraard ook afhankelijk van de specifieke fokstam en de mate van inteelt. De meest populaire kleurslag, de zilver zwartgezoomde, is helaas ook de iets meer kwetsbare.

8. ‘Lichtgele tot donkerbruine eieren’

Puur wit komt ook voor. Er wordt wel eens gezegd dat de witte hennen bruine eieren leggen en dat de hennen met een meer ‘bruine’ kleur witte eieren produceren. Dat klopt niet. Bij de ruim tien kleurslagen die ik heb kan ik weinig verband ontdekken tussen de kleur van het verendek en de kleur van het ei.

9. ‘Goede braadbout’

De kwalificatie middelzwaar (leg- en) vleesras is terecht. De jonge dieren groeien snel, de hanen laten zich goed ‘vetmesten’ en de kwaliteit van het vlees is uitstekend, mede door de fijne structuur. Door het vele dons en de vele veren, kan de schijn van de omvang echter wel wat bedriegen. Zeker en vast is hier sprake van ‘slow food’ in optima forma!

10. ‘Variëteit in kleurslagen’

Na de Oud Engelse Vechthoenders (25) en de Leghorns (20)  kent de Wyandotte bij de grote hoenders het grootste aantal erkende kleurslagen: 16. Met name de gezoomden (vier kleuren) stelen vaak de show. In die categorie zijn vooral de zilvers populair door hun mooie veeromzoming. Een vergelijkbaar mooie aftekening tussen wit en zwart treffen we onder de getekenden (zeven kleuren) aan bij de wit zwartcolumbia’s. Onder de enkelkleurigen (vijf kleuren) vallen vooral de witte op door hun fraaie type.  Zie voor een geïllustreerd overzicht van alle kleurslagen: http://www.nederlandsewyandotteclub.nl/kleurslagen.html

Helaas zijn er steeds minder fokkers van grote Wyandottes. Een interessante ontwikkeling is wel dat er tegenwoordig door hen meer geëxperimenteerd wordt met nieuwe kleurslagen. Heeft u belangstelling voor grote Wyandottes en wilt u eens meer kleurslagen in levende lijve bij elkaar zien, stuurt u dan een mailtje naar peter@schramade.nl

(Dit artikel is een bewerking van het artikel van Peter Schramade, dat in Levende Have van April 2011 verscheen)

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s